
Het ontwerp van koninklijk besluit ter uitvoering van de wet van 18 mei 2024 tot regeling van de private opsporing heeft tot doel de procedure vast te stellen die van toepassing is bij onderzoeken naar de veiligheidsvoorwaarden.
Het Comité R/I wijst op een aantal onduidelijkheden in het ontwerp. Deze hebben met name betrekking op de identificatie van de bevoegde inlichtingendienst(en) en hun agenten, de mogelijkheid voor de bevoegde ambtenaar om “op elk ogenblik” een onderzoek te verzoeken, en de vermelding dat de bevoegde ambtenaar kan navragen of de betrokkene bij de diensten “gekend” is, een formulering die als te ruim wordt beschouwd.
Het wijst ook op het feit dat de omvang van het onderzoek naar de veiligheidsvoorwaarden niet is vastgesteld en stelt met name vragen bij de reikwijdte van de beoogde methoden, aangezien het ontwerp verwijst naar de regeling voor veiligheidsonderzoeken, waarvan de methoden uitgebreid zijn.
Het Comité R/I wijst de opstellers er bovendien op dat het onderzoeksrapport mogelijk geclassificeerde gegevens bevat, wat inhoudt dat de bevoegde ambtenaar over een veiligheidsmachtiging moet beschikken en dat de vereiste veiligheidsmaatregelen moeten worden getroffen.
Ten slotte is het Comité R/I van mening dat de mogelijkheid voor de bevoegde ambtenaar om zijn beslissing te koppelen aan een individuele waarschuwing zou moeten worden opgenomen in de wet tot regeling van de private opsporing en stelt zich vragen bij de de uitvoeringstermijn van de onderzoeken.
