Skip to main content Scroll Top

NIEUWS

DE INFORMATIEPOSITIE VAN DE INLICHTINGENDIENSTEN OVER DE AGRESSIE TEGEN EEN POLITIEKE TEGENSTANDER

De informatiepositie van de inlichtingendiensten over de agressie tegen een politieke tegenstander.

Op 27 augustus 2025 werd de Congolese journalist en vluchteling Claude Pero Luwara voor zijn huis in Tienen aangevallen. Naar aanleiding van dit incident richtte de burgemeester van Tienen zich tot het Comité R/I en betreurde dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten hem niet op de hoogte hadden gebracht van het bestaan van een dreiging op het grondgebied van zijn gemeente. Aangezien zowel de kwestie van het delen van informatie als het toezicht op de activiteiten van buitenlandse inlichtingendiensten ten aanzien van hun diaspora in België reeds in eerdere onderzoeken van het Comité aan de orde zijn gekomen, leek het relevant om na te gaan of er sprake was van een eventuele tekortkoming bij de inlichtingendiensten en om de afhandeling van dit individuele dossier te beoordelen in het licht van de eerdere aanbevelingen van het Comité.

Het onderzoek bestaat uit twee delen. Het eerste deel heeft als doel verslag uit te brengen over de informatiepositie van de Veiligheid van de Staat (VSSE) en de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV) wat betreft de dreiging tegen de betrokkene. Het doel hier is om de informatie te onderzoeken die de diensten hebben verzameld en geanalyseerd, i.e. het kennisniveau van de VSSE en de ADIV, evenals de middelen die werden ingezet om de informatieverzameling te voeden en te verrijken. Het tweede deel van het onderzoek betreft de uitwisseling van informatie, in het kader van dit dossier, tussen beide inlichtingendiensten en vooral ook met eventuele andere partners en autoriteiten en zelfs met personen die het voorwerp uitmaken van een dreiging.

In het kader van zijn onderzoek heeft het Comité R/I meerdere onderzoeksdaden gesteld, te beginnen met een documentaire analyse van de strategieën en actieplannen van beide inlichtingendiensten. Het Comité heeft tevens de gegevensbank van de VSSE grondig doorzocht teneinde een eerste overzicht te krijgen van de informatie waarover de burgerlijke inlichtingendienst beschikte. Van zijn kant heeft de ADIV op verzoek van het Comité R/I een overzicht verstrekt van de documenten in zijn bezit waarin de betrokkene wordt vermeld. Als gevolg van het ontbreken van een centrale gegevensbank bij de ADIV is het voor het Comité immers onmogelijk om zelf de beschikbare informatie te raadplegen. Volgend op de analyse van deze documenten werden de leden van elke dienst die werkt rond het thema Counter-intelligence DRC, uitgenodigd voor een gesprek. Aldus werden de strategie voor opvolging van de dreiging jegens Luwara besproken, evenals de middelen die ter beschikking staan van de teams die met deze materie belast zijn.

Zo heeft het onderzoek toegelaten in herinnering te brengen dat de opvolging van de activiteiten van buitenlandse diensten in België deel uitmaakt van de wettelijke opdrachten van beide inlichtingendiensten. Uit de analyse van het rechts- en regelgevingskader door het Comité is echter gebleken dat het ontbreekt aan specifieke richtlijnen vanwege de Nationale Veiligheidsraad alsook aan een protocolakkoord tussen de VSSE en de ADIV, wat nochtans wordt vereist door artikel 20, §4, W.I&V, teneinde de taken en verantwoordelijkheden van elk van beide diensten in deze materie duidelijk af te bakenen. In de geest van het Nationaal Strategisch Inlichtingenplan (NSIP) moeten de uitwisselingen binnen het Africa House deze “deconflictie” mogelijk maken op basis van concrete dossiers. In dit opzicht geven zowel de ADIV als de VSSE toe dat, ondanks de goede wil van elk van beide diensten, samenwerking moeilijk is gezien de verschillende professionele culturen en het gebrek aan gemeenschappelijke IT-tools. Volgens het Comité illustreert het “dossier”-Luwara de nood aan een duidelijke verdeling van de bevoegdheden van elke dienst en aan concrete regelingen voor samenwerking op dit gebied.

Wat de VSSE betreft, is het Comité, in tegenstelling tot de dienst, van mening dat haar informatiepositie over de dreiging tegen Luwara goed was, ondanks de beperkte middelen die zijn toegewezen aan de opvolging  door de diensten of andere Congolese autoriteiten. Het probleem ligt op het niveau van de informatieverwerking, waarvoor weinig middelen worden vrijgemaakt. De dienst heeft echter wel middelen ingezet voor het opvolgen van zorgwekkende informatie, door verschillende lead- onderzoeken in te stellen.1 Het Comité wijst ook op de punctuele analyses opgesteld door de VSSE, die duidelijkheid verschaffen over de stand van de kennis binnen de dienst op dit gebied. Ondanks de verzamelde informatie over Luwara en andere tegenstanders lijkt de VSSE echter de ontwikkeling en de verscherping van de activiteiten van de Congolese inlichtingendiensten in België over het hoofd te hebben gezien. Na afloop van zijn onderzoek is het Comité, in tegenstelling tot de VSSE,  van mening dat de dienst over voldoende concrete en geloofwaardige informatie beschikte om haar partners en/of de administratieve autoriteiten te waarschuwen op grond van artikel 19 W.I&V.

Wat de ADIV betreft, zijn de Counter-intelligence DRC-dossiers één van  de prioriteiten van de dienst. In haar strategische documenten voorziet de militaire inlichtingendienst in een proactieve opvolging van deze materie. In de praktijk bleek uit het onderzoek van het Comité echter dat de middelen van het Platform die bestemd waren voor het Afrikaanse continent, werden ingezet voor andere dreigingen. Hoewel de ADIV op dit gebied even deskundig was, beschikte deze dienst in casu over een minder goede informatiepositie dan de VSSE. Ondanks de bevoorrechte positie die de dienst in het gebied van de Grote Meren in Afrika voor zich opeist, is er weinig relevante informatie verzameld. Het Comité betreurt bovendien de terugkerende problemen met de informatievoorziening binnen de ADIV en benadrukt dat een inlichtingendienst per definitie moet beschikken over een doeltreffend systeem voor informatiebeheer. De zaak-Luwara heeft echter eens te meer de problemen aan het licht gebracht die voortvloeien uit het ontbreken van een gecentraliseerde databank.

Na afloop van zijn onderzoek formuleert het Comité drie aanbevelingen met betrekking tot:

  • Een richtlijn van de Nationale Veiligheidsraad en een protocolakkoord tot regeling van de opvolging van de activiteiten van de inlichtingendiensten in België;
  • Een dringend opzetten van professionele informatiehuishouding binnen de ADIV;
  • Richtlijnen van de Nationale Veiligheidsraad over artikel 19 W.I&V.